brief 7 * juni 2021
Lieve lezer,

Op tentoonstellingsbezoek in de Amersfoortse kunsthal KAdE beleefde ik laatst ademloze drie kwartier met de film Staging Silence (3) van de Belgische kunstenaar Hans Op de Beeck. In de film gaat het letterlijk om staging, op het scene zetten van miniatuurlandschappen en -interieurs, op een gestaag tempo geconstrueerd en weer afgebroken door twee paar synchroon werkende handen. Het bouwmateriaal is alledaags: zand even goed al suiker, keukenfolie, aluminiumpapier, kerstballen, koekjes, bloemkool, champignons enzovoorts. Elk op die manier momenteel ontstaan landschap geeft de indruk van een volkomen verstilde wereld, of het nu een berglandschap, een strand of een kasteel is, of misschien toch eerder een huiskamer, een museumzaal, een zwembad of een volleybalveld.

Het kan nog kleiner en geconcentreerder: in Nobuhiko Obayashi’s film Seven Weeks past er een hele wereld, of in ieder geval de wereld zoals de personages die zich herinneren, in een enkele kop koffie. De film maakte deel uit van de online programmering van Holland Festival, waar dit jaar nog een andere maker van geheel eigen universums een van de hoofdgasten is, de componist Ryuichi Sakamoto. Voor het brede publiek is hij bekend vooral van de muziek bij films zoals Merry Christmas, Mr. Lawrence en The Last Emperor. In de festivalprogrammering opgenomen was onder andere een online streaming van zijn multi-instrumentele solostuk Async, uitgevoerd door de componist zelf. Zelfs thuis op de bank kreeg ik de indruk dat ik een getuige was – een van de duizenden getuigen – van het ontstaan een klankwereld op het podium.

Een wereld in het klein kwam ik recentelijk ook tegen in de roman Lentetuin van Tomoka Shibasaki, waarin een aftandse buurt in Tokio een universum op zich blijkt te zijn. Door een nuk van het toeval las ik hem in de Engelse vertaling, Spring Garden, terwijl juist de Nederlandse vertaling opmerkelijk is, want uitgegeven door de kleine, moedige Zirimiri Press, die zich wijdt aan literatuur uit ‘kleinere en zelden vertaalde talen’. Van die zelfdefinitie maakt mijn hart meteen een sprong, opgegroeid als ik ben in zo’n kleine en beslist niet vaak naar het Nederlands vertaalde taal, het Fins. Dat verklaart zeker voor een deel waarom ik al vroeg voor meertaligheid koos, een keuze die ik altijd vanzelfsprekend vond, want wie zou zich nu vrijwillig in één taal opsluiten. Toch is er ook een andere manier om het te bekijken. Dat begreep ik bij het lezen van A Lover’s Discourse, de nieuwste roman van Xiaolu Guo. De Chinese schrijver begon al snel na haar verhuizing naar Londen in het Engels te schrijven; een keuze die ze in haar romans thematiseert. In haar nieuwste boek laat ze de hoofdpersonage – haar alter ego, net zoals al haar protagonisten – opmerken dat ze ééntalig is zowel in het Engels als in het Chinees. Ze blijft de overgang van de ene naar de andere taal lastig vinden, want elke taal is al een wereld op zich.

Dat klopt, dacht ik, en toch geloof ik in de mogelijkheid van een soepele grensgang – een gedachte die ik teruglas in een ander boek over taal, de essaybundel Fifty Sounds van Polly Barton. Daarin verklaart de vertaler (van onder andere Tomoka Shibasaki’s Spring Garden) haar liefde voor het Japans, een taal die voor haar niet minder dan een bezetenheid werd. De sterk autobiografische Fifty Sounds leest als een detectiveroman, waarin de schrijver de veelvoudige betekenissen van allerlei onomatopoëtische uitdrukkingen ontrafelt. Want bij nader inzien is ook die ene taal heel veel talen – of werelden – ineen.

Ik wens je een leesrijke zomer, in welke taal – wereld – dan ook.

Hartelijks,
Elisa