jose cardero vista de la ciudad de panama
José Cardero: Vista de la ciudad de Panamá, 1789 en 1794. Collectie Fundación Ignacio Larramendi, Madrid.

Ware reizigers vertrekken om het vertrekken, wist Baudelaire al. Reizen, rondtrekken, je verplaatsen, bewegen: de reiziger is continu onderweg. Dat kan moeizaam, verwarrend of zelfs angstwekkend zijn, maar het is ook plezierig en maakt je nieuwsgierig, want het verloop van de reis is nooit vooraf bekend. Elk plan kan in de soep vallen, de vlucht vertrekt misschien net te laat om bij overstap de aansluiting te kunnen halen, de route kan verlegd worden, er kan een storm opstijgen die al het verkeer lam legt. Of de reiziger kan gewoon beslissen niet verder te gaan en ergens te blijven. Op reis is alles mogelijk.

In zijn inmiddels evergreen geworden verhalenbundel Kindergeschichten schrijft Peter Bichsel over een man, die weet dat de wereld rond is maar het niet wil geloven voordat hij het zelf heeft gezien. In een ander verhaal beschrijft Bichsel hoe mensen de trein pakken om de tijd te ervaren, en in een derde verhaal is er de man die alle vertrektijden van de trein uit zijn hoofd kent maar nooit reist. Hij begrijpt niet waarom mensen reizen. De cijfers als zodanig zijn voor hem de kern van de zaak. Als hij in problemen raakt met de treinen, verlegt hij zijn aandacht naar het tellen van trappen van huizen, want hij wil de enige zijn die het totale aantal trappen in de stad weet. Het is hem niet te doen om  het reizen, maar om het bezit van exclusieve kennis.

Iets te weten te komen en te ervaren wat anderen niet weten is ook weer een oud motief voor het reizen, een dat tot veel nieuwe inzichten heeft geleid, maar dat ook veel ellende heeft veroorzaakt waar de ontdekkingsijver gepaard ging met een wil om de wereld te beheersen. De wereld willen kennen is een andere manier van de wereld bezitten: dat weet zelfs Bichsels fictieve treinspotter. Gelukkig er zijn ook ander soort reizen.

Resa met lätt bagage – reizen met lichte bagage – heet een verhalenbundel van Tove Jansson. Die lichte bagage kan metaforisch zijn bedoeld, of letterlijk. Of beide, en dan wel met een causale verband: wie weinig meeneemt, voelt zich licht, bevrijd. Al het huiselijke of beroepsmatige ballast blijft achter. Op de reis gaat alleen het noodzakelijke mee. Wat is noodzakelijk? Misschien is het plezier van het reizen juist om daarachter te komen: ontspullen in de praktijk. Is de reiziger een natuurlijke minimalist?

Het minimalistisch denken beweegt zich inderdaad al snel in hetzelfde spanningsveld als het reizen: ook daarin op de loer staat de tegenstelling tussen de wens om vrij te zijn en de wil tot beheersing van het leven. Gidsen voor een minimalistische manier van leven richten zich meestal in de eerste plaats op de selectie van spullen in het huis. Een beter leven begint met een bewuste – spaarzame – omgang met voorwerpen in de dagelijkse omgeving. In Vaarvel spullen schrijft Fumiko Sasaki erover zoals hij het zelf heeft ervaren: hij was een ongelukkige hoarder en werd een gelukkige minimalist die exact één handdoek bezit en enkel nog digitaal leest. Liefhebbers van papieren boeken moeten het maar geloven: ook boeken zijn ballast en hinderen het uitzicht.

Of toch maar niet? Misschien is het nodig om op reis te gaan om daarachter te komen. Om perspectief te krijgen op de raison d’être van al je hebben en houwen: een derde manier om het reizen te beschouwen. Niet als een ontdekkingsreis en niet als een imperialistische poging tot beheersing van de wereld, maar daadwerkelijk om het geringe gewicht van de bagage te voelen. Ergens zijn, dagen, weken, maanden misschien, met die enkele handdoek en een e-reader met een paar duizend boeken op de handpalm.

Het kan. Toch, als je het mij vraagt, is de essentie van het reizen een vederlichte bagage, een rugzakje van niets, maar wel een waarin altijd nog plek is voor een paar papieren boeken.

September 2021