frida vogels david sedaris

 

‘Het dagboek (…) is naast intiem en spannend vooral een raadselachtig ding,’ stelt Maike Karssenberg in De Groene Amsterdammer. Zij ontdekte de dagboeken van Geertruida Kapteyn-Muysken en vermoedt dat er nog veel meer vrouwen uit de negentiende eeuw zijn, die bij gebrek aan een mogelijkheid tot studeren en hun intellectuele ambities waarmaken hun blik naar hun eigen leven keerden en opschreven wat ze dagelijks beleefden – waardevol materiaal voor historici zoals Karssenberg.

Er zijn ook dagboekschrijvers, zoals Adriaan van Dis, die eigenhandig en bijtijds erop toezien dat hun ‘dagelijkse gekrabbel’ postuum geen meelezers krijgen en hun dagboeken in het afval kieperen. ‘Twee vuliniszakken vol!’ triumfeert van Dis tegen de Volkskrant.

Een dagboek, dat is iets voor jezelf, niet voor anderen, meestal althans. Want er zijn ook dagboekschrijvers bij wie het anders toegaat.

Frida Vogels is de hyperintroverte auteur van De harde kern, een sterk autobiografisch geïnspireerde roman in twee delen plus een derde deel met gedichten. Zij is ook het ingewikkelde meisje Henriëtte uit J.J. Voskuils vriendschapsroman Bij nader inzien, in 1990 verfilmd door Franz Weisz in een bewerking van Leon de Winter. De Winter verlengde Voskuils jarenvijftigverhaal met episodes die in het heden afspelen en bedacht voor Henriëtte een loopbaan als een succesvolle, eigenzinnige beeldende kunstenares in Parijs.

Ook Frida Vogels, de echte Henriëtte, brak haar studie Nederlands af en vertrok naar Parijs. Maar Vogels’ lezer weet dat zij Parijs na een jaar voor gezien hield, naar Bologna verhuisde, trouwde en uiteindelijk vertaler werd. De Noord-Italiaanse universiteitsstad is de voornaamste setting in de tien delen van haar dagboeken, die de periode 1954-1978 beslaan. Het vervolg wil Vogels pas postuum laten verschijnen, als bescherming van de personen die erin voorkomen en, wie weet, ook van zichzelf.

Vogels staat bekend als de schrijver die zich niet laat zien. Dat deed ze niet eens toen ze in 1994 de Libris Prijs won voor De harde kern; de prijs werd opgehaald door haar uitgeverij, Van Oorschot. In 2008 verscheen in de Volkskrant een zeldzaam interview met haar, inclusief foto, en onlangs doken er in Voskuils archieven enkele foto’s van haar en haar Italiaanse echtgenoot op. Tegen die achtergrond lijkt het misschien raadselachtig, hoe het komt dat een dermate op haar privacy gestelde schrijver haar dagboeken wel publiceert.

Net zoals vele andere dagboekschrijvers doet Vogels verslag van haar dagelijkse beslommeringen. Maar daarbij richt ze zich minder op haar eigen zielenroerselen dan op wat ze om zich heen ziet en hoort: ze noteert minutieus ontmoetingen en gesprekken, ergernissen en pretenties van anderen. Haar observaties zijn even geestig als genadeloos, haar stijl is droog, en op een curieuze manier past dat precies bij de onderhuidse ironie en humor, die ze, intelligent als ze is, goed weet te doseren. Nergens zoekt ze rechtvaardiging, nergens is ze gelijkhebberig. Waar ze het naar zichzelf kijkt, doet ze dat alsof vanuit een afstand en past ze op zichzelf dezelfde keiharde criteria toe als waarmee ze anderen beschrijft. Ze maakt zichzelf tot een van de anderen.

‘I was never one to write about my feelings, in part because they weren’t that interesting (even to me) but mainly because they were so likely to change,’ schrijft David Sedaris in de inleiding op Theft by Finding, zijn dagboeken uit 1977-2002. ‘Other people’s feelings, though, that was a different story. Got a bone to pick with your stepmother or the manager of the place where you worked until yesterday? Please, let’s talk!’

Praten, dat doet Sedaris inderaad graag. Zijn korte verhalen zijn alsof uit de losse pols geschud geklets. Ze gaan meestal over zijn tragikomische strubbelingen in een weerbarstige wereld en al het curieuze dat hij daar tegenkomt. Hij voert zijn eigen ouders, zussen, broer, partner en vrienden ongecensureerd op de bühne, en geen gebeurtenis is hem te min om daar iets geestigs uit te tappen. Hij is onweerstaanbaar grappig – als je van een rauwer soort humor houdt, tenminste, en sarcasme en zelfbewust incorrecte opmerkingen niet schuwt. Sedaris’ wereld draait op volle toeren door, en die centrifuge raakt blijkbaar een gevoelige snaar aan bij heel veel mensen, want zijn boeken halen vaak de bestsellerlijsten.

Voor wie zijn legendarisch geworden verhalen als SantaLand Diaries – Sedaris als kerstelfje in het New Yorkse warenhuis Macy’s – en Me Talk Pretty One Day – Sedaris op de Franse les – kent, lezen zijn dagboeken als een voor- en contextstudie. Of hij nu op het podium staat – wat hij veelvoudig heeft gedaan – of schrijft, altijd is het niemand anders dan Sedaris zelf, een en al exposure. Er zijn weinig andere schrijvers die zichzelf zo graag en uitbundig uitventen.

En toch – evenmin als Vogels, schrijft Sedaris dagboek om zichzelf te verkennen. Ook hij is een waarnemer, een die zijn eigen ik op een armlengte houdt en van zichzelf zijn eigen voorwerp maakt. In 2020 publiceerde hij een gedegen selectie uit al zijn verhalen onder de veelzeggende titel The Best of Me: het smeuïgste over de personage Sedaris, opgetekend door de schrijver Sedaris. Het mag een toeval lijken dat ze een en dezelfde persoon zijn – ook dat is een deel van zijn act. Hij heeft dan ook geen behoefte om zijn recente dagboeken in depot te houden tot na zijn dood. A Carnival of Snackery: Diaries 2003-2020 staat aangekondigd voor oktober 2021.

Nog interessanter wordt de vergelijking tussen de twee onvergelijkbare dagboekschrijvers als je weet dat Sedaris, net zoals Vogels, meermaals zijn eigen vertrouwde omgeving achter zich heeft gelaten. Vogels verhuisde vanuit Amsterdam naar Parijs en van Parijs naar Bologna, Sedaris kon niet wachten om de provinciestad Raleigh achter zich te laten en naar New York te verhuizen, en, een heel aantal jaren later, van daaruit naar Parijs.

Zoals elke landverhuizer struikelden Vogels en Sedaris in de nieuwe taal en cultuur over alles en nog wat, en leerden zich te redden zonder vanzelfsprekendheden, wat beslist geen onbelangrijke factor is voor het ontwikkelen van een scherp oog voor waarneming. Landverhuizing creëert afstand, en Vogels en Sedaris zetten die in voor wat ze het beste kunnen: waarnemend schrijven.

Maart 2021