Het portret van de kunstenaar als jonge vrouw: Patti Smith en Siri Hustvedt

‘Herinneringen maken de toekomst’, zei Siri Hustvedt bij haar boekpresentatie in TivoliVredenburg in Utrecht begin oktober, ‘Herinneren is steeds opnieuw invullen en aankleden van het verleden.’

In het dit jaar verschenen Memories of the Future  (vertaald als Herinneringen aan de toekomst) kijkt zij terug naar haarzelf als begin twintiger, als een meisje uit Minnesota in de grote stad New York. Herhaaldelijk benadrukt ze het maakkarakter van de herinnering: ze ziet en begrijpt nu wat ze toen niet doorhad, terwijl alles wat ze zich herinnert vervormd is door de tijd die tussen het nu en het toen ligt.

The past is fragile’, schrijft ze, ‘fragile as bones grown brittle with age, as fragile as ghosts seen in windows or the dreams that fall apart upon waking and have nothing behind them but a feeling of unease or distress or, more rarely, a kind of eerie satisfaction.’

Haar alter ego, S.H., verhuist naar New York in de jaren ’70 met als haar enige bagage een koffer vol ambitie. Zij heeft een plek op de universiteit in de stad, maar eerst neemt ze vrij. Ze wil tijd voor zichzelf om – in een willekeurige volgorde – de stad, haar mogelijkheden en zichzelf te leren kennen. Het is ongetwijfeld niemand anders dan Siri Hustvedt die zich herinnert, en toch is de S.H. in haar herinnering altijd een ander.

‘We keep company with an inner voice, one that begon long ago in early childhood and falls silent in unconsiousness, in dreamless sleep, and in death. When we are alive and awake it is the mouthpiece of the self, and she or he is the chattering person we know best, often deluded, it is true, but endlessly explicating events as they happen.’

Hustvedts dagboeken uit haar eerste jaren in New York vormen het raamwerk van het verhaal, en zij, de schrijver van boven de zestig, leest in haarzelf zoals zij toen was. ‘Tell me where memory begins and invention begins‘, mijmert zij.

‘I have traveled in and out of thousands of books in the library, have walked in and out of countless mental rooms and turned down hallways I had nog known existed, only to find at their end more doors to open. There is always another door and another room.’

Steeds een andere kamer: een belangrijk element, je zou haast zeggen personage, in Memories of the Future is de kamer van S.H., een ietwat ongemakkelijke plek, vindt ze, want bij de buurvrouw is het nooit stil. Langzaam ontvouwt zich een mysterie, met heel veel misschiens die tot het einde – gelukkig – misschiens blijven.

Een kamer in New York staat centraal ook in een ander ‘portret van de kunstenaar als jonge vrouw’: Patti Smith. In haar veelbesproken Just Kids (2010) kijkt ze terug naar haar begintijd in de stad – tien jaar eerder dan Hustvedt, in de tweede helft van de jaren ’60. Een meisje uit de provincie was zij ook, en net als Hustvedt – of moeten we het over S.H. hebben – vol ideeën over de toekomst die haar misschien stond te wachten.

Waar Siri Hustvedt afstand van zichzelf neemt met de aanduiding van haar jonge zelf met de initialen, neemt Patti Smith een stap opzij en richt zich op de herinnering van haar relatie met Robert Mapplethorpe, later een bekende – en ook beruchte – fotograaf. Zijn eerste foto’s nam hij van Patti.

Hustvedt heeft haar ‘mysterie’ om op te lossen; Smith, die ook begin dit jaar in Tivoli Vredenburg optrad en onder andere uit Just kids voorlas, vertelt het verhaal van twee nog ‘bijna kinderen’, die de mysterie koesteren. Zij bewonderden boven alles William Blake, de dichter en kunstenaar van het mystieke. Zijn Songs of Innocence and Experience waren hun avondlectuur. Ze wilden schilderen zoals Blake, met de kleurenpalette van Blake.

Just kids waren zij, dol op het leven en op elkaar, en zij wilden veel in de kunsten. Smith vertelt het verhaal van niet één leven, maar van twee. Mapplethorpe is er niet meer, Smith neemt de plicht van herinneren op zich.

‘We had our work and one other,‘ schrijft Patti Smith. ‘We hadn’t much money but we were happy.‘ Ze vinden een huis om te wonen – in een erbarmelijke toestand, maar als ze iets zijn, dan wel vindingrijk. ‘Robert had assured me he would make it a good home and, true to his word, he labored to make it ours.’

Smith vertelt zoals zij zich herinnert, met het oog altijd op de ander, Mappelthorpe, die voor een paar jaar haar tweede zelf was. Zij vertelt:

On November fourth, Robert turned twenty-one. I gave him a heavy silver ID bracelet I found in a pawnshop on Forty-second Street. I had it engraved with the words Robert Patti blue star. The blue star of our destiny.’

Het lot brengt hen naar Hotel Chelsea, waar tout le monde in die tijd woont: bekende en minder bekende kunstenaars, een soort losvaste commune is het, waar bijna alles mogelijk is. Ze bezoeken Andy Warhol’s Factory en beginnen beetje bij beetje voet tussen de kunstscene te krijgen. Er passeren veel namen de revue, maar het epicentrum blijven zij, een twee-eenheid en hun blauwe ster.

 



Reacties zijn gesloten.