lee isaac chung minari
Stilbeeld uit Minari.

Niets dan gras groeit er op het platteland van Arkansas, waar het Koreaanse immigrantengezin neerstrijkt in de film Minari. Ze hebben al voor even in Californië gewoond, waar de ouders in een kippenkwekerij kuikens sorteerden op geslacht. In Arkansas hopen ze op een beter leven. In de afwachting daarvan blijven ze hetzelfde werk doen, beide tegen hun zin. Voor moeder Monica is de nieuwe woonplek van meet af aan een ontgoocheling: Jacob, haar man, heeft haar heel iets anders voorgehouden dan de stacaravan die hun nieuwe onderkomen wordt.

De kinderen David en Anna passen zich sneller aan, al moeten ze een paar keer slikken als hun onconventionele grootmoeder bij hun intrekt, een eerste indruk die vooral David snel weer intrekt, want naast allerlei eigenaardigheden zoals gokspelen heeft grootmoeder Soonja ook veel interessants in petto. Vooral: ze heeft geen last van het benauwend strakke – Koreaanse – regime van de ouders, en vooroordelen lijkt ze niet te kennen. Een geboren wereldburger in de gedaante van een gerimpelde oma. (Niet voor niets won Yuh-Jong Youn een Oscar én een Golden Globe voor de rol, waarin ze twintig jaar bij haar feitelijke leeftijd moest optellen.)

Ondertussen experimenteert vader al volop met het verbouwen van Koreaanse groente, want hij verwacht dat er aftrek is binnen de groeiende lokale Koreaanse gemeenschap – een verwachting waarin hij teleurgesteld wordt. Maar vooral heeft hij het op te nemen tegen de vreemde grond, waarvan hij de eigenschappen weigert in te zien.

Tegenover Jacobs koppige strijd tegen aanpassing aan de lokale omgeving staat grootmoeder Soonja, die terloops naar een beekje loopt en de oever ervan gelijk geschikt vindt voor de kruid minari, ofwel de Japanse waterselderij of Japanse peterselie, die onmisbaar is in de Koreaanse keuken. De minari kan veel aan, maar vraagt wel om de juiste, vochtige grond om te gedijen. Geen wonder dat de regisseur Lee Isaac Chung zijn semi-autobiografische film naar de tere, maar persistente kruid genoemd heeft.

Uiteindelijk blijken zowel David als Soonja taai als de minari en brengen ook de stugge Jacob tot inkeer.  Na een dramatische gebeurtenis krijt de film een vertederend eind, dat daadwerkelijk wijst op een betere toekomst, zij het niet precies zoals Jacob bij zijn aankomst in Arkansas dacht.

Om het overleven ging het ook feitelijk in zijn eigen kindertijd, vertelt Lee Isaac Chung in een interview in The Guardian. Zijn opgroeien was zeker niet gespeend van racistische incidenten, zegt hij, en toch voelden hij en zijn gezin zich minder vreemd dan als waarvoor ze gemaakt werden. Maar het zijn wel vooral de kinderen die het te verduren krijgen van de stress van de ouders, mede veroorzaakt door wrijving met de vreemde samenleving waarin ze terecht zijn gekomen. Dat gegeven dat echoot ook in de autobiografische, meervoudig bekroonde coming of age-romans van schrijvers als de Amerikaans-Vietnamese Ocean Vuong en de Fins-Kosovaarse Pajtim Statovci, die evenals als kind van land gewisseld zijn. De getraumatiseerde moeder en grootmoeder in Vuongs On Earth We’re Briefly Gorgeous zijn bepalend voor het opgroeien van de verteller, terwijl de vader van Statovci’s hoofdpersoon in Kissani Jugoslavia (vertaald in het Engels als My Cat Yugoslavia) zich geen houding weet te geven aan zijn nieuwe leven in Helsinki – met alle gevolgen van dien voor de onaangepaste zoon.

Wat de situatie ook mag zijn, kinderen hebben minder vooroordelen en culturele hobbels dan volwassenen, lijken de auteurs te zeggen – een observatie, die uiteraard niet voorbehouden is aan verhalen over immigranten. Zo staat Minari in de verlenging van een hele reeks films over de veerkracht van kinderen, soms tegen het onwaarschijnlijke in. Denk maar aan Vittorio de Sica’s klassieke Ladri di biciclette (De fietsendief, 1948) of aan de meer recente Dare mo shiranai (in Nederland uitgebracht onder de Engelse titel Nobody Knows, 2004) van Hirokazu Kore-Eda en The Florida Project (2017) van Sean Baker. Misschien niet geheel toevallig verklaart Baker in een interview schatplichtig te zijn aan het naoorlogse Italiaanse neorealisme van onder andere De Sica – zie Ladri di biciclette.

Bakers eigen The Florida Project cirkelt om het onalledaagse leven van de de zesjarige Moonee, die met haar moeder voor een onbepaalde tijd bivakkeert in een motelkamer. Zoals het Koreaanse gezin in Minari, bevinden Moonee en haar moeder – een werkloze stripper – zich in de marge van de Amerikaanse droom, letterlijk, want het motel in kwestie staat pal naast de Disney World. Terwijl Moonee met haar vrienden in de sjofele buurt ravot, sprokkelt moeder haar levensonderhoud bij elkaar met kunst en vliegwerk. En alweer, net als de jonge David in Minari, ook Moonee moet zich uiteindelijk zien te redden op haar eigen kracht.

sean baker the florida project
Stilbeeld uit The Florida Project.