brief 8 * september 2021
Lieve lezer,

Hoe gaat het met jou? Bij mezelf neem ik een soort obsessie waar, vermoedelijk als gevolg op het reisgebrek. Ik ben niet eens zo zeer geobsedeerd door de wel aanwezige wil om eindelijk weer echt op reis te aan als wel door het nadenken over reizen. En omdat denken en lezen – in ieder geval voor mij – in het verlengde van elkaar staan, lees ik tegenwoordig buitengewoon graag romans, essays, herinneringen en zelfs manga’s waarin veel gereisd wordt.

Toevallig kwam ik op het spoor van de Finse Mia Kankimäki, die een jaar of vijftien geleden naar Kioto reisde op zoek naar Sei Shōnagon, de elfde-eeuwse auteur van Het hoofdkussenboek. Ze schreef erover een hoogst originele essayroman, die een nationale bestseller werd en na vertalingen naar onder andere het Duits onlangs ook in het Japans is verschenen. In haar nieuwste boek volgt Kankimäki de dezelfde speelse onderzoekend mijmerende methode: ze schrijft nu over vrouwen die het in hun tijd ongewone lef hadden op reis te gaan – en vaak op reis te blijven.

Met een tiental vertalingen is het succes van Vrouwen aan wie ik ’s nachts denk – jawel, het boek is door Uitgeverij Orlando in het Nederlands uitgebracht – opvallend, want over ‘haar’ vrouwen – onder andere Artemisia Gentileschi en Mary Kingsley – is al veelvoudig geschreven. De crux, denk ik, ligt aan haar aanpak. Ze is tegelijk persoonlijk, informatief én ontzettend geestig. Vooral dat laatste is een zeldzame gave.

Net zo graag heb ik me laten meeslepen door Figuring van Maria Popova, die voor het brede publiek vooral bekend is van haar website Brainpickings. Ook zij schrijft essays over illustere, vaak vrouwelijke dwarsgangers, mensen die in weerwil van de geest van de tijd waarin ze leefden hun nieuwsgierigheid en talent niet wilden – of konden – onderdrukken. Popova is lyrisch en scherp – weer een ongewone combinatie, zeker in de essayistiek. Ook Figuring stuurde mij op een reis in gedachten.

Als je even goed lezend kunt reizen, waarom dan je onderwerpen aan het ongemak van vluchten, treinen, hotels, guesthouses en andere verblijven boeken, bestemmingen en plannen op elkaar afstemmen, vertragingen en andere onaangename verrassingen te koop nemen en je uitputten met al dat rondsjouwen? Waarom, in de eerste plaats, de hele moeite van het vertrekken? – Lieve lezer, ga er gerust van uit dat ik erover nadenk al sinds mijn eerste schuwe boottocht van Helsinki over de Botnische Golf naar Stockholm zo’n veertig jaar geleden.

Een sluitend antwoord heb ik nog steeds niet. Toch vond ik laatst een verklaring die me eindelijk echt beviel: op reis kan ik de minimalist uithangen, die het mij thuis niet lukt te zijn. Als een verharde handbagagereiziger cultiveer ik al jaren de kunst van het weglaten, pardon, van het thuislaten van spullen. In de ogen van de altijd toch erg op het comfort gerichte buitenwereld ben ik vast triviaal bezig, maar geloof me, het geeft een onevenaarbaar genoegen om een rugzak met één hand in het bagagevak van een propvol vliegtuig te kunnen gooien.

Maar misschien was ik te snel tevreden met mijn theorie. Nog steeds lezend kwam ik een heel andere motivatie tegen, en curieus genoeg heeft ook die met spullen te maken. Volstrekt onafhankelijk van elkaar gaan twee essayisten op reis op zoek naar de tastbare achterkant van herinneringen. Beide komen uiteindelijk in het sprookachtige Odessa terecht, waar hun families ooit leefden. Het worden verhalen vol vertrekken en vervolging, en bij elke vlucht verdwijnt er iets. Er worden steeds nieuwe verzamelingen aangelegd, herinneringen opgehaald, brieven, postkaarten, dagboeken geschreven, foto’s en allerhande frutsels bekeken. Waar houdt de geschiedenis op en waar begint het verhaal? Lees erover in de essayboeken van Edmund de Waal en Maria Stepanova.

Lees, en reis.

Ik wens je een ontdekkingsrijke herfst.

Hartelijks,
Elisa