moonlight film
Stillbeeld uit Moonlight

Barry Jenkins’ Moonlight was een van de meest besproken films bij de Oscar-uitreiking van 2017. De film stond genomineerd voor acht prijzen, waarvan hij er drie won: voor de beste film, het beste script en de beste mannelijke bijrol (Mahershala Ali als de lokale drugsbaas). Dat was mooi, en toch: Moonlight had beslist ook een Oscar verdiend voor de beste cinematografie (de winnaar was La La Land).

Het camerawerk van James Laxton is namelijk een dragende kracht in de film. De camera werkt als een barometer voor wat de personages voelen en, vooral, wat ze weg proberen te stoppen. Zijn ze druk, hobbelt de camera; zijn ze bang, focust de lens angstwekkend lang op één plek. De emotionele camera peilt nauwlettend de relaties tussen de personages, en de afstanden tussen hen in. Hij speelt met de machtsverhoudingen en verlangens. En met de alles zwelgende onzekerheid van de jonge Chiron, de hoofdpersoon van het verhaal, die raad noch met zichzelf weet noch met wat anderen hem aandoen.

Als Chiron in het derde en laatste deel van de film zich heeft ‘verhard’, zoals hij zelf zegt, filmt de camera hem vaak van onderaf waardoor hij, inmiddels goed uitgerust met anabole spierballen, nog groter lijkt dan hij is, of recht op het gezicht, zodat de kijker op z’n laatst dan doorheeft dat zijn stoer doen alleen maar een masker is. In zijn ogen speelt iets heel anders.

Maar het camerawerk staat niet op zichzelf. Het had haast niet anders kunnen dan dat het script van regisseur Jenkins in de prijzen viel, maar ook de soundtrack had een prijs verdiend. Er is een effectief contrast tussen de zorgvuldig gekozen, vaak klassiek klinkende muziekstukken en de rauwe visuele setting, dat nogmaals versterkt wordt door de alom onrustige camera die ook weer lang stil kan blijven als er intense stiltes tussen de personages vallen. Dat alles maakt van Moonlight pure poëzie.

De camera, het script en de muziek vallen samen in één kort scène dat als zodanig een Oscar voor het beste kantelpunt zou verdienen. De attente kijker merkt vanzelf dat het in Moonlight voortdurend botst, en op meerdere niveaus tegelijk. Maar in het 30-seconden scène gebeurt meer: daarin kantelt het – in Chirons wereld, en in de film.

Eerst een zeer korte samenvatting voor wie om een of andere onbegrijpelijke reden de film niet heeft gezien: Chiron, een zwarte jongen uit een overwegend zwarte achterbuurt van Miami, is een stille kleine vent die zich niet weet te verdedigen tegen pesterijen op school of tegen de elementaire onzekerheid waarin zijn verslaafde moeder hem stort. Steun vindt hij bij de lokale drugsbaas en diens vriendin. Ook heeft Chiron één vriend, Kevin. Kevin praat Chiron moed in en accepteert hem zoals hij is. Zijn enige poging om zich te verdedigen brengt Chiron in gevangenis. Na zijn vrijlating – er zijn vele jaren vergaan – heeft hij zich omhooggewerkt tot een drugsbaas in Atlanta, ver weg van thuis. Een telefoontje van Kevin brengt hem terug naar zijn verleden, en hij besluit naar Miami te rijden.

Nu het kantelpunt. Als Chiron dan in zijn stoere auto over de highway rijdt, gaat de muziek onverwacht over naar de weemoedige stem van Caetano Veloso die – hoe zou het het anders kunnen – over het verlangen naar een verloren geliefde zingt. Tegelijkertijd maakt de camera een draai van de rijdende Chiron, gefilmd van een lage hoek (de spierballen), naar een eenzame auto op de eenzame snelweg.

De plotse afwisselingen in de muziek van rap naar schlagers naar Veloso markeren nog eens een scherp contrast tussen wie Chiron geworden is, of wie hij denkt te zijn geworden, en de herinnering aan de vriend die hij al tien jaar niet heeft gezien. Maar het kantelpunt wijst ook naar voren, naar zijn onderdrukte verlangen naar liefde en twijfel over wat hij mogelijk voor zich zal vinden. Als het niet te melodramatisch was, zou je kunnen denken dat Chiron in Veloso’s lied de stem van Kevin hoort. Maar misschien is het melodrama er juist bewust, als een subtekst die de spot drijft met Chirons stoere imago.

Het lied, Cucurruchucúcu Paloma, is voor de meeste filmliefhebbers bekend uit Almodovárs Hable con ella, maar Barry Jenkins heeft het om een andere reden gekozen. Zelfverklaard schatplichtig als hij is aan Wong Kar-wai, komt het niet echt als een verrassing dat hij ook bij dit beslissende scène leentjebuur bij de Hongkongse regisseur speelt. Ook in zijn vroege film Happy Together markeert Veloso’s versie van de Mexicaanse klassieker een verandering – of voor de consistentie: een kanteling – in het bewustzijn van de hoofdpersoon. En in beide films speelt het onstuimige water – een waterval in Happy Together, een golvende zee in Moonlight – meer dan een metaforische rol.

Dat Moonlight een film over identiteit is, staat vanaf het begin als een huis, maar hier, op de autorit waarvan wij alleen de beslissende 30 seconden zien, verandert de focus van het overleven in een haatdragende omgeving naar het vormgeven aan die identiteit. Zonder het einde te verklappen, en weer op gevaar van een cliché af: Chiron krijgt door dat hij zelf wel invloed kan hebben op zijn eigen leven.

Het is een moment waarop het script, de muziek en de camera inderdaad hun afzonderlijke krachten overstijgen. Als je Moonlight in 30 seconden zou moeten samenvatten, dan was het dit. Dat zou wel jammer zijn om de andere 110,5 minuten van de film.

Maart 2017