odessa
Pusynskystrasse Odessa, 1917. Collectie Österreichische Nationalbibliothek (public domain).

‘I think you can love more than one place. I think you can move across a border and still be a whole person,’ schrijft Edmund de Waal aan het eind van Letters to Camondo (Nederlandse vertaling: Brieven aan Camondo), zijn denkbeeldige correspondentie met Moïse de Camondo, de buurman van De Waals familieleden in het Parijs van de belle époque.

Mijmerend over het verleden en het heden verkent hij graaf Camondo’s huis, nu het Musée Nissim de Camondo aan het Parc Monceau in het 8e arrondissement, hartje Parijs. Hij ontdekt hoe de geschiedenis van de familie van Moisë de Camondo vervlochten is met zijn eigen Ephrussi-familietak, waarover hij al twintig jaar geldeden de bestseller The Hare With Amber Eyes publiceerde. Net zoals de Ephrussi’s, zo was ook Moïse de Camondo een verzamelaar en een fijnproever van spullen. De keramist – pottenbakker, zou hij zelf zeggen – De Waal proeft verwantschap:

‘I love the feeling of objects in transit, that pulse that I wrote to you about, the contingency of something being here, no there. (…) I think what you are doing here is a way of keeping things safe. (…) And I think that you see this diaspora happening and want this staying still and this moment of the turn of the breath.’

De geschiedenis van beide families is er uiteindelijk een van vele verliezen door vervolging en oorlogen, en tot slot de holocaust. Tegen die achtergrond is De Waals zoektocht naar wat er was en wat blijft inderdaad er een van terughalen wat niet verloren kan gaan: de herinnering.

Daarover schrijft ook Maria Stepanova in haar essayistische roman, die in het Nederlands vertaald werd onder de titel Voorbij het geheugen. Ik las het boek in Sasha Dugdale’s soepele Engelse vertaling met de onovertreffelijk gelaagde titel In Memory of Memory. (Toegegeven: ik koos voor het Engels ook vanwege de elegante uitgave van Fitzcarraldo Editions.)

Net zoals De Waal beweegt Stepanova zich op een onvaste grond, niet altijd wetend waar te zoeken naar tekens en sporen, en toch steeds verder gravend – in het geheugen, in de snippers van het materiële verleden:

‘This book about my family is not about my family at all, but something quite different: the way memory works, and what memory wants from me.’

Stepanova vindt weinig tastbaar material en twijfelt over haar onderneming. En passant leest ze zich in – Walter Benjamin, de kunstenaar Joseph Cornell – om aansluiting te vinden bij haar eigen Russische familiegeschiedenis. Net zoals De Waals illustere voorouders leed Stepanova’s veel gewonere familie eeuwenlang onder pogroms tegen Joden en was, mede als gevolg daarvan, voortdurend op de vlucht, onderweg naar ergens anders heen.

Toeval of niet: de wortels van zowel Stepanova’s als De Waals familiegeschiedenis liggen in Odessa, en naar Odessa reizen beide auteurs – om terug te zien wat er nog wel en niet is. Ze vinden façades, geraamten, waaraan ze hun herinneringen en vermoedens kunnen hangen – om op het verhaal te komen, want daar gaat het ze uiteindelijk om. Verhaal maken van wat er was, of wat er in ieder geval had kunnen zijn.

In The Hare With Amber Eyes, De Waals aanstekelijke zoektocht naar het verhaal achter de netsukecollectie die hij van zijn oudoom erft, schrijft hij:

‘How objects are handed on is all about story-telling. (…) There is no easy story in legacy. What is remembered and what is forgotten? There can be a chain of forgetting, the rubbing away of previous ownership as much as the slow accretion of stories.’

En Stepanova, kijkend naar foto’s, meent dat de oude beelden in feite niets van haar moeten hebben, maar hun eigen, van mensen onafhankelijk bestaan hebben. Ze horen aan niemand toe, en dat precies geeft de kijker de vrijheid om er een eigen betekenis aan te geven – omdat er geen voorgeschreven betekenis is:

‘Freedom from meaning gives us the opportunity to add in our own meaning, freedom from interpretation makes a mirror of the image, a square pool in which we can immerse any version of events we please.’

Ik denk dat De Waal, maker van voorwerpen, alleen kan sympathiseren meet die gedachte. Als Stepanova stelt dat herinnering niet op kennis gebaseerd is maar op ervaring, compassie en sympathie die tot actie noopt, heb ik een sterke indruk dat de Waal zeer instemmend zou knikken. Een boek schrijven over wat er was en had kunnen zijn: een passabele vorm van actie.

September 2021