Moskou. Foto: Unsplash.

‘Het leven buiten de grenzen van de boekenwereld had iets schofferends, terwijl binnen de boeken de levende gedachte klopte, het gevoel, de kennis’, staat er vrijwel in het begin van Ljudmila Oelitskaja’s Een Russische geschiedenis. Met in gedachte de oorlog in Oekraïne en de onderdrukking van dissidenten in Rusland leest de mozaïekroman uit 2010 (Nederlandse vertaling 2014) over het leven in de naoorlogse Sovjet-Unie als een waarschuwing.

Drie jongens groeien op in de Sovjet-Unie van de jaren vijftig: de fotograaf Ilja, de dichter Micha en de pianist Sanja. Stalin is dood, het ondergrondse bloeit. Thuis met de schrijfmachine getikte exemplaren van de samizdat, verboden literatuur, gaan van hand naar hand. De jongens komen daarmee in aanraking door hun leraar, die zich weinig aantrekt van de autoriteiten – tot hij opgepakt wordt. Hij belandt in een strafkamp.

Met een fijn Droste-effect voert Oelitskaja een generaal op die een gretige verzamelaar is van dezelfde verboden literatuur, waarop hij beslag heeft laten leggen als de aangewezen executeur van huiszoekingen bij dissidenten. De ironie ligt voor de hand. Jaren later als de generaal doodgaat, komt zijn boekenverzameling per toeval in het grofvuil terecht. De ondergrondse contacten van Ilja attenderen hem op de vondst, en zo vindt hij in de afvalbak het werk van Mandelstam, Achmatova, Tsvetajeva en andere verboden auteurs. Ilja bekijkt de buit en ziet dan een koffievlek op de kaft van een van de boeken. Daarin herkent hij het exemplaar van zijn leraar.

Geschriften van verboden schrijvers als Saharov en Brodsky worden het land uit gesmokkeld. In Een Russische geschiedenis is er het karakter Pierre Wind, een charismatische Belgische intellectueel met Russische wortels, die een beslissende rol speelt bij het helpen publiceren van verboden schrijvers in het Westen. Hij wordt de Sovjet-Unie uitgezet, maar hij blijft onverminderd actief in zijn Brusselse uitgeverij. Buiten is alles mogelijk, binnen vrijwel niets. Dat krijgen ook de drie vrienden, hun vriendinnen en families bitter te voelen, de ene erger dan de andere. Geluk is een kwestie van momenten.

In een interview uit 2014 in The New Yorker met de journalist en Ruslandkenner Masha Gessen vertelt Oelitskaja dat ook zij een leven in het ondergrondse achter de rug heeft. Net zoals de jonge typiste die verboden boeken op haar schrijfmachine tikt, ook Oelitskaja hielp met het verspreiden van de samizdat. Toch schetst ze haar jonge zelf niet als een dissident, maar als het onzichtbare meisje dat in de keuken de afwas deed, terwijl de mannen belangrijke zaken met elkaar bespraken. Na haar studie biologie werkte ze in de genetica, tot ze kinderen kreeg en zich aan haar gezin toewijdde. Pas in de jaren tachtig begon ze te schrijven, eerst toneel, daarna verhalen.

Volgens Gessen is Oelitskaja’s thema van meet af aan ‘het vormgeven en uitvinden van levens’ geweest.  In haar korte verhalen en de daarop volgende romans verwijst ze naar onderwerpen die in de Sovjettijd verzwegen werden en pas tijdens de perestrojka naar buiten mochten: de goelag, de holocaust, het lot van de Russishe Joden. Maar, schrijft Gessen, deze onderwerpen spelen bij Oelitskaja enkel op de achtergrond. Een soort ‘benevolent gossip’ is het, en in tegenstelling tot andere literatuur uit de tijd, niet zo zeer anti-Sovjet als wel on-Sovjet. Het was Oelitskaja altijd al te doen om het privéleven van individuele mensen. Misschien is het juist de compleet eigen aanpak die Oelitskaja zo populair heeft gemaakt in het buitenland en zo geliefd in Rusland. Ze laat het leven zien zoals het is, met alle onvolkomenheden en teleurstellingen van dien. Ondanks de barbaarse tijden, lijkt ze te willen zeggen, blijven literatuur en kunst als het laatste resort. Zo’n beschavingsoffensief is weer helemaal van deze tijd.

In een recent artikel schetst Masha Gessen de huidige situatie in Rusland in grimmige tinten. Achter het collectieve vertrek van de oppositie naar het buitenland staat het besef dat het land dat zij hebben opgebouwd, er niet meer is. Gessen, die lang in Moskou woonde, trok al een aantal jaren geleden dezelfde conclusie en verhuisde terug naar de Verenigde Staten. Nu constateert ze dat het overgrote merendeel van haar Moskouse vrienden ondertussen in Jerevan, Tiblisi, Vilnius, Berlijn of in een andere Europese hoofdstad zit. Anderen weer zijn in de Verenigde Staten of in Israël. Een echo uit Een Russische geschiedenis is niet vergezocht: in Oelitskaja’s roman krijgt de Joodse Micha de keuze tussen emigreren en gevangenis. Hij zou er toch niet echt bij horen, laat zijn ondervrager hem weten.

Maar Micha blijft en probeert verder te leven, ondanks het beroepsverbod dat hij opgelegd krijgt – met fatale gevolgen. Zonder krassen eindigt in Een Russische geschiedenis niemand. Ilja collaboreert en vlucht naar het buitenland, zijn vrouw Olga en Micha’s vrouw Aljona worden depressief, net zoals ook Sanja, die uit nood zijn droom om pianist te worden verruild heeft voor een loopbaan als musicoloog. Hij houdt een laag profiel maar na Micha’s dood vindt hij de situatie onhoudbaar geworden. Uiteindelijk overtuigt Pierre Wind hem van een nieuwe toekomst in de Verenigde Staten. Om dat voor elkaar te krijgen, helpt Pierre hem aan een schijnhuwelijk.

De kennismaking van Sanja met zijn aanstaande Amerikaanse echtgenote leest als een slapstick. Deby is een Californische feministe die na twee dagen in de Moskouse winter spontaan haar liefde voor Rusland verklaart. Oorlog en vrede kent ze alleen als een film en van de Russische cultuur heeft ze geen idee, maar ze reageert even enthousiast op alles wat ze ziet. Ze is de bonte tegenhanger van de Russische intellectuelen die met hun gezinnen samengeperst in één kamer leven en op elk woord en op elke stap moeten letten.

Hoewel ook Oelitskaja als PEN-voorzitter en onafhankelijk uitgever haar portie haat en censuur heeft gehad, geeft ze niet op.  In 2014 als Gessen haar interviewt, is het effect van het Poetin-bewind allang onder de dissidenten te voelen. Toch, meent Gessen, blijft Oelitskaja schrijven met een zeldzaam soort wonderlijk optimisme. ‘Ik kan het verleden niet veranderen,’ zegt ze tegen Gessen, ‘maar ik kan wel erover nadenken. Ik kan analyseren. Dan begin je details te zien die je niet zag toen je in die tijd leefde.’

April 2022