if beale street could talk barry jenkins

Toen James Baldwins roman If Beale Street Could Talk in 1974 verscheen, was de ontvangst allesbehalve warm. Er was weinig begrip voor Baldwins provocatieve combinatie van een liefdesverhaal en een essay. Sommige critici vonden de roman gedateerd, een echo van de burgerrechtenbeweging van het vorige decennium, terwijl het verhaal volgens anderen weer gewoon slechte literatuur met een overheersend politieke boodschap was. Zoals Kinohi Nishikawa in Slate opmerkt: witte, liberale lezers die Baldwin een sterrenstatus hadden bezorgd, haakten af, omdat Baldwin domweg geen rekening met ze hield.

Dat waren de jaren zeventig. Misschien was het probleem wel dat Baldwin schreef wat hij om zich heen zag gebeuren: het aanhoudende geweld tegen zwarte Amerikanen en de evenals aanhoudende armoede van een groot deel van de zwarte bevolking. Hij situeerde Beale Street in het overwegend zwarte New Yorkse stadsdeel Harlem en schiep protagonisten die hij op elke hoek kon tegenkomen: een jong stel dromend van een betere toekomst, liefde en veiligheid.

De belangrijkste verteller is Tish, nog een tiener en over haar oren verliefd in Fonny, net geen tiener. Fonny wordt opgepakt vanwege een misdaad – verkrachting – die hij niet heeft gepleegd. Kort daarna ontdekt Tish dat ze zwanger is. Het verhaal, verteld met de stem van Tish, slingert heen en weer in tijd, wordt nu dromerig dan weer haast een betoog, en terwijl Tish en haar familie blijven hopen op het beste, is duidelijk dat het uitzicht grimmig is. Tish aka Baldwin maakt duidelijk dat de zaken gewoon zo zijn als ze zijn, en toch blijven hoop en liefde bestaan.

‘I think this book is the perfect fusion of the more essayistic protest novel and somebody who deeply believed in sensuality and love,’ zegt regisseur Barry Jenkins in een interview met The Atlantic. ‘When I first read the book, or second-read the book, I thought, “How amazing would it be to fuse those two things into a cinematic language?”’

Zijn Beale Street-verfilming uit 2018 benadert Baldwins toon en gevoelsregister trouw en toch op de afstand van ruim veertig jaar. Het lijkt alsof Jenkins met zijn film ja tegen Baldwin zegt, ja tegen het verhaal en de waarheid ervan, maar ook tegen de eens zo gekritiseerde vorm. Baldwin had het boek als een essay kunnen schrijven, merkt Jenkins op in hetzelfde Atlantic-interview, en het was juist heel slim van hem dat hij dat niet deed.

In zekere zin kan hetzelfde gezegd worden van Jenkins’ film: ook hij had voor een essayistisch documentaire kunnen kiezen, een zoals Raoul Pecks onovertroffen I Am Not Your Negro, een documentaire over en met Baldwin, of voor docufictie zoals Ava duVernays sterke When They See Us over de zogeheten Central Park Five, zwarte jongeren die ten onrechte veroordeeld werden voor een verkrachting en ervoor decennialang vastzaten. Beide films echoën in Jenkins’ Beale Street: de sfeer komt dichtbij duVernays docuserie, terwijl het moeilijk is om niet aan I Am Not Your Negro te denken bij Jenkins’ stilistische escapades met reeksen van historische zwart-witfoto’s van geweld tegen zwarten, terwijl de vertellersstem – Tish ook in de film – het onrecht opsomt.

Toch is Jenkins vooral trouw aan zichzelf. Net zoals hij in Moonlight de zee laat spreken voor het onderdrukte gevoel, zo staan de documentaire foto’s in Beale Street voor een onderdrukte woede. En opnieuw leent hij van zijn grote voorbeeld Wong Kar-Wei: in Moonlight was het de muziek in een onnadrukkelijk sleutelscène, in Beale Street is het de voice-over, die perfect aansluit zowel bij het boek als bij Baldwin, volgens Jenkins one of the premier writers of the interior voice’. En net zoals in Moonlight overheerst de enorme dynamiek tussen de acteurs, waartegen Jenkins opnieuw lange shots zet, waarin de acteurs, vooral Tish, direct in de camera kijkt – iets wat in de filmwereld al snel voor blassé doorgaat.

Zo is Jenkins’ Beale Street een waardig kompaan voor Baldwins roman, trouw en eigen tegelijk, net zoals beste boekverfilmingen zijn – denk maar aan The Age of Innocence van Edith Wharton en Martin Scorsese, of aan Sophie’s Choice (William Styron/Alan J. Pakula) en The English Patient (Michael Ondaatje/Anthony Minghella). Het is met de afstand van meer dan vier decennia dat Jenkins een ander einde kiest dan Baldwin: zie het als twee mogelijkheden van hetzelfde verhaal zonder dat het ene het andere overschrijft.

Februari 2021