Zomerbrief: over reizen en lezen

brief 3 * juli 2020
Lieve lezer,

Vanouds is de zomer voor mij een tijd voor langdurig lezen en langdurig reizen. Dit jaar doet uitvoerig reizen nood vanwege alle coronabeperkingen, maar voor lezen staat natuurlijk niets in de weg.

Ik weet niet hoe het jou toegaat, maar als ik dan wel op reis ga, neem ik nooit romans of verhalen mee die op de plaats van bestemming afspelen. Vroeger maakte ik die vergissing wel, met als gevolg dat ik alleen nog waarnam wat ik las. João Guimarães Rosa’s Diepe wildernis: de wegen, een wild associatieve monoloog van ruim 550 dichtbedrukte pagina’s, maakte het rondtrekken door de Braziliaanse sertão, het kurkdroge binnenland, tot zo’n overmatig absurdistische ervaring dat ik alleen nog blij was toen ik weer in Recife, een grote stad aan de kust, aankwam. Op mijn volgende reis naar het land las ik Het hermetisch zwart van Marguerite Yourcenar; dat werkte aanzienlijk veel beter.

Een bijkomend voordeel van het contrastrijke lezen, voor mij in ieder geval, is dat ik het gelezene achteraf buitengewoon goed onthoud. Ik vermoed dat het komt juist door de ongerijmde combinatie van de reisbestemming en de plaatsen en gebeurtenissen in het boek.

Natuurlijk, literatuur is een uitstekende – zij het allerminst betrouwbare – richtingwijzer voor plekken waar je niet eerder bent geweest. Om geen goud had ik de verhalen van Yiyun Li willen missen toen ik in China begon te reizen, of de romans van Rohinton Mistry toen ik in India kwam. Net zo illustratief bleken de boeken van Hiromi Kawakami voor Tokio. En al ben ik in de stad geboren, zie ik Helsinki met net andere ogen sinds ik de oeuvre van Kjell Westö heb gelezen.

Maar toch.

Mijn eerste reis naar Albanië maakte ik met Dostojevski’s Gebroeders Karamazov. Vanuit de hobbelende bus zag ik met het ene oog de tjokvol gebouwde kuststrook met zijn pronkerige hoogbouw plaats maken voor bergachtige landschappen vol haarspeldbochten, terwijl ik met het andere oog meemaakte hoe Dimitri Karamazov een vlucht plant met zijn vlam Grushenka, maar opgepakt wordt voor de moord van zijn vader. Tegen de tijd dat Dimitri naar het werkkamp in Siberië gestuurd wordt, zat ik al in een hotel in Tirana.

Net zo onvergetelijk is de zomer die ik in Finland doorbracht met alle zeven delen van Op zoek naar de verloren tijd in de kofferbak. Nu gebeurt er in de regel niet heel veel in de Finse zomer, en helemaal stil wordt het als het kwik niet boven de achttien graden stijgt, zoals dat jaar het geval was. Ondanks dat er niets werd van alle geplande zwemtochten en strandwandelingen op de fijne en niet eens zo ver van de beschaving vandaan liggende plekken waar werkelijk niemand komt, kon ik met Proust in de hand moeilijk lang chagrijnig blijven.

Eens nam ik een biografie van de fotograaf Diana Arbus mee naar China, en in Griekenland, reizend door de Peloponnesos, las ik Madeleine Thiens China-epos Do Not Say We Have Nothing. Een week Ardennen was goed voor George Perecs Het leven een gebruiksaanwijzing en in de Thalys van Parijs naar huis amuseerde ik me dermate met The Cost of Living van Deborah Levy dat ik het boek al bij Antwerpen uit had.

En dit jaar? Ik kijk uit naar een paar gebeurtenisarme weken op een eiland aan de Finse zuidkust, met in de bagage in ieder geval Olga Tokarczuks Jaag de ploeg over de botten van de doden en David Mitchells nieuwe roman Utopia Avenue die gepast net voor mijn vertrek verschijnt.

Of je deze zomer nu wel of niet op reis gaat, onthoud de raad van de veertiende-eeuwse Japanse dichter Kenkō: ‘Geen groter soelaas dan in je eentje bij een lamp te zitten met een opengespreid boek en bevriend te raken met iemand uit lang vervlogen tijden die je nooit hebt ontmoet.’

Hartelijks,

Elisa

P.S. Een genre op zich zijn boeken die plaatsvinden in de zomer. Het lijkt dat vooral jeugdboekenschrijvers in zomerboeken excelleren, misschien vanwege de wel of niet bewuste associatie van de zomer met vrijheid en van de vrijheid met kindertijd. Mijn eigen zomer-evergreen die ik vrijwel elk jaar op z’n minst eenmaal herlees is Autonauten van de kosmosnelweg, de flanerende travelogue van Julio Cortázar en Carol Dunlop. Van harte aanbevolen.

Ontvang de volgende brief direct in je mailbox.

 



Reacties zijn gesloten.