Nog een keer Agnés Varda: filmen met anderen

Zij wilde haar films met anderen delen én anderen in haar films laten deelnemen. Dat zegt de vorig jaar overleden filmmaker Agnès Varda heel duidelijk zowel in haar postume film Varda par Agnès als ook in de vele lezingen en masterclasses waarop de film is gebaseerd. Wie vooral een van de latere documentaires van Varda heeft gezien – Les Glaneurs et la glaneuse (2000), Les Plages d’Agnès (2008) of Visages Villages (2017) – weet hoe verweven het idee van delen is in haar films.

Behalve dat ze mensen filmt – wat nogal voor de hand ligt voor een documentairemaker – laat ze haar protagonisten haar ook de weg wijzen: door wat ze zeggen, maar ook doordat ze er zijn, in de film. Het lijkt dat iedereen en alles Varda op nieuwe ideeën kan brengen; eigenlijk zijn haar films een groot delen van gedachten en ideeën.

In interviews net zo goed als in de masterclasses wijst ze er steeds op dat haar leven zich in de film afspeelt. ‘Making a film like this is a way of living’, zegt ze tegen de interviewer van het Amerikaanse filmtijdschrift Cineaste in het herfstnummer 2001, en in Varda par Agnès heet het ‘de film is mijn thuis’.

agnes varda mur, mursAanwezigheid en het leven – dus filmen – in het moment zijn wezenlijk voor Varda, zoals haar assistente Julia Fabry tegen de Varda-biograaf Kelley Conway zegt (Varda ‘tends to work and live in the moment’). Dat heeft gevolgen voor haar manier van werken: associatief, haar intuïtie volgend – en dus de mensen volgend die ze al filmend ontmoet. Delphine Bénézet, een andere Varda-biograaf (of is ‘filmograaf’ een geschiktere term?) legt nadruk op het open karakter van Varda’s werkwijze. Er lijkt altijd plaats te zijn voor het onverwachte, en dus weer voor het delen van die verrassingen die ze tegenkomt. Over Varda’s documentaire over de erkende en minder erkende graffitikunstenaars van Los Angeles, Mur Murs (1981) schrijft Bénézet: ‘Varda’s enterprise is not only about meeting locals, it aims to make us share these experiences.’

Maar het delen heeft Varda ook in een ander opzicht al vroeg beziggehouden: het publiek en de ontvangst van haar films door de kijkers waren voor haar van groot belang. Conway noteert dat Varda al vroeg in haar loopbaan graag interviews gaf en daarmee ze onder de aandacht van het breedst mogelijk publiek maakte – aanvankelijk waren dat vooral bezoekers van ciné clubs, het Franse naoorlogse variant van filmhuizen.

agnes varda cleo de 5 a 7In 1961 brak Varda door met de speelfilm Cléo de 5 à 7, waarmee ze uiteindelijk bekendheid verwierf ook buiten het selectieve circuit van de ciné clubs. Meteen geïnteresseerd als ze was naar de ontvangst van de film, ontwierp ze eigenhandig een enquête, die ze na de voorpremières uitdeelde aan kijkers. Conway beschrijft in detail hoe uitzonderlijk publieksonderzoek destijds was; ook daarin was Varda dus een pionier.

In de enquête stelde ze voor de hand liggende vragen zoals ‘Wat is uw favoriet moment (of scène) in de film?’ en ‘Zou u de film aan uw vrienden en familie aanbevelen?’ als ook vragen voor gevorderden: ‘Leek de film langzame momenten te hebben? Wanneer? Omgekeerd: ontbreekt er een scène (of een repliek of een beeld) dat de verhaallijn of de karakters beter had verduidelijkt?’ De vragenlijst werd door meer dan duizend mensen ingevuld. De uitkomst: Cléo werd gewaardeerd, maar gezien als ‘moeilijk’.

Bijna veertig jaar en evenveel films later hoefde Varda niet meer op zoek te gaan naar reacties van het publiek. Haar bekendste documentaire Les Glaneurs et la glaneuse uit 2000 werd een publiekslieveling – én een van de lievelingen van zowel critici als academici; er zijn waarschijnlijk meer interviews en artikelen erover gepubliceerd dan over welke andere film van Varda dan ook.

De film over mensen die resten van voedsel en andere afgedankte dingen verzamelen en oprapen, riep duidelijk herkenning op, terwijl het visueel gelaagd is en verschillende elementen combineert: tussen de interviews door monteert Varda kunstwerken en doet ze haar persoonlijke verslag van ouder worden. Ze oordeelt niemand, maar luistert en laat mensen hun verhaal vertellen.

Het zal aan de combinatie van het onderwerp en haar manier van filmen liggen dat juist deze film zoveel reacties opriep. De filmmaker ontving bergen fanmail, maar ook ervaringsverhalen en zelfs bijdragen van restmateriaal. Na zoveel belangstelling kon Varda weinig anders dan nog een film maken.

agnes varda deux ans apresDeux ans après (2002) is Varda’s haar dankbetuiging aan iedereen die haar persoonlijke post stuurde. Een aantal van de briefschrijvers zoekt ze in de film op – niet zelden zijn het allerlei creatievelingen, die van het recyclen van allerlei materiaal en spullen tot iets nieuws zo niet hun beroep dan wel hun hobby hebben gemaakt (bij Varda is de grens onbelangrijk). Maar omdat veel mensen wilden weten hoe het nu met haar geportretteerden uit Les Glaneurs gaat – misschien wel in de hoop op een sprookje, of in ieder geval op een verbetering van hun levenssituatie – bezoekt Varda ook hen in de tweede film opnieuw.

Zo ontstaat een film als een interactieve enquête. Zowel aan de fans als aan de geportretteerden stelt ze in feite de vraag, wat Les Glaneurs met ze deed. Dat de ontmoetingen met beide groepen met haar veel deden, is duidelijk, en anders verwacht je ook niet van een filmmaker die zo nadrukkelijk erop uit was om mensen te ontmoeten in de thuisplaats die de film voor haar was.

 

 



Reacties zijn gesloten.