Lezen als beschaving: Susan Sontag en Joseph Brodsky

susan sontag at the same time‘If literature has engaged me as a project, first as a reader and then as a writer, it is as an extension of my sympathies to other selves, other domains, other dreams, other words, other territories of concern,’ zei Susan Sontag in haar dankrede voor de toekenning van de omstreden Jeruzalem Prize in 2000.

De dankrede, gepubliceerd als ‘The Conscience of Words’ in de postume essaybundel At The Same Time (2007), is een lange verdediging van kunst en, in het bijzonder, literatuur en ‘woorden’ – dezelfde woorden, of, abstracter, ‘taal’, waarover Sontag decennia eerder nogal cynisch kon schrijven:

‘Language is the most impure, the most contaminated, the most exhausted of all the materials of which art is made’ – want, zoals Benjamin Moser in zijn Sontag-biografie (verschenen in september 2019, in het Nederlands vertaald als Sontag: haar leven en werk) benadrukt: Susan Sontag had een hekel aan metaforen, en taal staat vol ervan. En toch bleef ze schrijven: essays, romans, verhalen, filmscripts.

Bij zijn boekpresentatie in Utrecht noemde Moser Sontag ‘een symbool van onze tijd’, als een intellectueel die een breed scala aan cultuur en politiek bestreek. Ze was, uiteraard, een gepassioneerd lezer en stond al vroeg bekend om haar belezenheid.

Lezers als Sontag – haar meisjesdagboeken staan vol lijsten van boeken die ze heeft gelezen of nog moet lezen – worden zeldzaam, als het aan de statistieken te geloven is. Volgens de Leesmonitor van Stichting Lezen lezen Nederlandse jongeren steeds minder, gemiddeld schamele 10 minuten per dag.

De pessimistische cijfers over ‘ontlezing’ nopen de voormalig uitgever Henk Pröpper tot een noodoproep. ‘Maak lezen tot een missie voor dit land, het is hard nodig’, staat er bovenaan zijn opiniestuk in de Volkskrant.

Bezorgdheid over minder lezen en, in het kielzog ervan, laagletterdheid, krijgt vaak een instrumentele invulling: lezen is goed en nodig om ‘een volwaardig burger’ te zijn, zoals Pröpper het formuleert. Ofwel: het is lastig om voor jezelf op te komen en je zaken te regelen als je niet kunt lezen en schrijven. Maar kunnen lezen en plezier aan literatuur beleven zijn twee verschillende dingen.

Natuurlijk, om literaire teksten te kunnen waarderen, moet je ze kunnen lezen. Maar andersom is het verre van gezegd dat wie ‘geletterd’ is en maatschappelijk prima functioneert, zelfs in het hogere cohorten, graag romans, novellen, korte verhalen of poëzie leest, laat staan er iets van af weet. Volgens de Leesmonitor lezen volwassenen vooral online nieuws, kranten en tijdschriften en besteden gemiddeld niet meer dan één derde van hun leestijd aan boeken, die ook nog eens van alles kunnen zijn, fictie of non-fictie. Literatuurlezers zijn vooral hoger opgeleide vrouwen.

Wie niet leest, mist, nog eens in de woorden van Henk Pröpper, ‘de formidabele kracht van taal en boeken je aan het denken te zetten, je te verplaatsen in anderen, een andere wereld of een ander perspectief te ontdekken en dan het gevoel te hebben volledig te leven’.

Nog een stap – een lange stap – verder gaat Susan Sontag. Zij kent kunst, en daarmee ook literatuur, een unieke, onvervangbare waarde toe. In het essay ‘An Argument About Beauty’, ook gepubliceerd in At the Same Time, schrijft ze:

‘…the wisdom that becomes available over a deep, lifelong engagement with the aesthetic cannot…be duplicated by any other kind of seriousness. (…) the various definitions of beauty come at least as close to a plausible characterization of virtue, and of a fuller humanity, as the attempts to define goodness as such.’

benjamin moser sontag her life and workWijsheid, goedheid, een voller menszijn. Met dat pleidooi voor een onvoorwaardelijke overgave aan kunst, en, in het bijzonder, literatuur, was Sontag niet alleen. Terecht wijst haar biograaf Benjamin Moser op de zielsverwantschap tussen Sontag en de dissidente Russische dichter Joseph Brodsky.

Dankzij druk uit het westen ontkwam Brodsky aan een Siberisch werkkamp, zij het pas nadat hij 18 maanden er had gezeten. Vervolgens werd hij prompt het toenmalige Sovjet-Unie uitgezet, waarna hij zich in 1972 in de Verenigde Staten vestigde. Toch zag hij niet dictatoriale politieke systemen als de grootste vijand van de mens, maar ‘vulgariteit van het hart, van verbeelding’.

Tegenover de socialistische ‘nieuwe mens’ zette Brodsky de homo legens, ‘de lezende mens’. Moser:

‘Like Brodsky, [Sontag] believed that aesthetics was the mother of ethics, and that traffic with beauty would produce the ethically improved Homo legens.’

 ‘I do believe that there is an inherent value in extending our sense of what a human life can be’, zei Sontag in haar dankrede in Jeruzalem.

Zo bezien wordt literatuur – die essentieel bestaat uit voorstellingen van wat er zou kunnen zijn – niet minder dan een uitbreiding van het menszijn.

 



Reacties zijn gesloten.