Interieurs: Little Women, L’avenir, Rouge en Ginzburgs ‘ik’

Wie zich de nauwkeurig beschreven armoede in Louisa May Alcotts Little Women herinnert, wordt verrast door de nieuwe verfilming van de klassieker. Greta Gerwigs Little Women ademt een welbehagen dat, ondanks de herhaaldelijke zuchten van de vier zussen om mooiere dingen, meer inspiratie en meer vrijheid toch wel de indruk geeft dat ze niet echt gebrek lijden. Het verschil met de pronk van tante March en de buren Lawrence is zichtbaar, zeker, maar bij de March thuis ziet het er ook alles behalve armzalig uit.

In de film staat het interieur al gauw in verlenging van de personages, en dat zal ook de reden zijn voor Gerwigs keuze voor een aangenamer huis dan hoe Alcott het beschrijft: de film wijkt in toon en behandeling essentieel van de goedwillende, gelijkmatige verteltrant van Alcott af. Het interieur van de film Little Women past precies bij de film, minder bij Alcotts roman.

l-avenir

Stillbeeld uit Lavenir van Mia Hansen-Løve

Mia Hansen-Løve’s L’avenir en Michael Haneke’s Caché voeren Parijse intellectuelen ten toneel: dat zie je gelijk aan de eerste shots van heldere huiskamers met boekenkasten die de wanden vrijwel dekken en verder niets te veel. De meubels zijn modern design, er heerst een goede smaak. De personages behoeven geen verder uitleg.

In L’avenir ontstaat een aardig contrast tussen het appartement van filosofe Nathalie en het rommelige, aan vergetelheid overgelaten huis van haar depressieve moeder. Dat verschil toont de personages al voordat zij zelf in beeld komen, en uit de manier waarop Nathalie de lege koelkast van haar moeder opent, is te lezen hoe ze zich tot haar verhoudt. Nog groter is de tegenstelling tussen het huis van Nathalie en de landelijk gelegen commune van haar voormalige leerling, de anarchistische Fabien.

De jonge anarchisten zijn neergestreken op een boerderij die ze vrijwel in de oude toestand hebben gelaten. De kijker leest daaruit dat aandacht voor iets burgerlijks als een interieur de activisten onwaardig is. Op bezoek in Fabiens huis staat Nathalie in de woonkamer als een vreemdeling. Ze laat haar blik glijden langs de boekenkast, aarzelend, ver van haar eigen milieu en waarden. Toch blijft ze terugkeren.

Fabiens commune wordt Nathalie’s refuge en daarmee een spiegelbeeld van het van dolce vita doorgetrokken zomerhuis in Bretagne dat Nathalie aan haar ex heeft gelaten, ondanks dat ze zich met het huis verbonden voelde. Zo zetten al de verschillende interieurs L’avenir neer als een film over verlies en een onuitspreekbaar verlangen naar een mogelijk leven dat er had kunnen zijn.

kieslowski-rouge

Stillbeeld uit Rouge van Krysztof Kieslowski

Parallelle levens waren een van de favoriete (sub)thema’s in van de onvolprezen cineast Krysztof Kieslowski. In Rouge, het laatste deel van zijn kleurentrilogie, speelt de regisseur een dubbelspel met onzichtbare draden tussen mensen en hun interieurs. Er is een oude rechter in een villawijk van Génève. Hij komt het huis niet meer uit. Hij leeft als onderdeel van zijn bruinige interieur en kasten vol boeken die hij misschien nooit meer leest. Zijn leven staat stil; als een zonnestraal door de kamer schijnt, dwarrelt er stof in de lucht.

Er is ook een jonge rechter, een rechter in wording, die in een bovenhuis in het stadscentrum woont, tegenover de protagonist Valentine. De jonge rechter is rusteloos, hij hongert naar meer leven, meer liefde. Zijn appartement is een afdruk van het huis van de rechter: ook bruinig, ook slordig, ook vol boeken. Van elkaar onbewust lopen de jonge rechter en Valentine dagelijks langs elkaar heen.

Valentine raakt bevriend met de oude rechter – door iets wat Kieslowski als een toeval ten toneel voert, terwijl wie zijn films kent, weet dat niets in zijn filmisch universum aan toeval wordt overgelaten, want bij hem is het toeval gelijk aan lotsbestemming – en uiteindelijk komt zij ook de jonge rechter tegen, door een net zo alsof toevallige ingreep van de oude rechter. Ondertussen weet de kijker al dat de jonge rechter de oude rechter is als een jongeman; hij is zijn toekomst van vroeger, alleen eventueel met een andere afloop.

natalia-ginzburg

Natalia Ginzburg

‘He loves travelling, unfamiliar foreign cities, restaurants. I would like to stay at home all the time and never move,’ staat er in het essay ‘He and I’ in de Engelse vertaling van Natalia Ginzburgs Le piccole virtú (The Little Virtues). Het ik van het essay heeft een relatie met een extraverte, dominante man, die haar verlangen naar stilte, rust en ruimte voor zichzelf niet begrijpt. Door de tegenstellingen tussen hen op te sommen – daar bestaat het essay uit – tekent Ginzburg een haarfijn zelfportret van het ik. Een interieur van een vrouw en haar leven.

Als ze schrijft ‘I am very untidy. But as I have got older I have come to miss tidiness, and I sometimes furiously tidy up all the cupboards’, ziet de lezer gelijk wat ze bedoelt. Een huis vol laissez-faire en terloopse bewegingen, die toch zwaar kunnen vallen als de bewoner vindt dat ze zichzelf in orde moet houden. Het volgende beeld is verzadigd van melancholie:

‘There was a time when I used to hurl plates and crockery on the floor during my rages. But not any more. Perhaps because I am older and my rages are less violent, and also because I dare not lay a finger on our plates now; we bought them one day in London, in the Portobello Road, and I am very fond of them.’

Onwillekeurig denkt de lezer aan het huis van de moeder van Nathalie in L’avenir. Ongeveer zo ziet het eruit, in het huis van Ginzburgs ‘ik’.

 



Reacties zijn gesloten.