Echte mensen in een gespeelde film

varda sontag kroll

Kroll, Sontag en Varda in de tv-studio

In 1969 zaten Agnès Varda en Susan Sontag samen in de tv-studio om geïnterviewd te worden door Newsweek-journalist Jack Kroll in het kunstprogramma Camera Three. De aanleiding was het zevende New York Film Festival, waar een film van zowel Varda als Sontag draaide. (Het interview is op UbuWeb online te bekijken.)

Sontags film op het festival is haar eerste, Duet for Cannibals, waarover haar biograaf Benjamin Moser een halve eeuw later schrijft: ‘De film is veel interessanter om te interpreteren of te analyseren dan om te kijken.’ Maar al toen stond Sontag bekend vooral als schrijvend intellectueel, en, vooral de auteur van het baanbrekende essay Notes on Camp.

Ook Varda genoot bekendheid als een van de grondleggers van de nouvelle vague, de Franse auteurscinema waarin stilistische experimenten en politieke betrokkenheid voorop stonden. Haar festivalfilm die fictie met documentaire vermengt, Lion’s Love, past in het genre. De film is een kroniek over drie jonge acteurs in Hollywood in juni 1968: Viva, die met Andy Warhol optrad, en twee acteurs uit de musical Hair, Jerry Ragni en Jim Rado. Terwijl ze zich bezig houden met hun eigen besognes, zien ze op de tv hoe Robert Kennedy doodgeschoten wordt tijdens zijn verkiezingscampagne in Californië.

Varda: ‘Het is een film over sterren, sterren in wording, een politieke ster, hoe een ster te zijn’.

Kenmerkend voor de tijdgeest typeert de interviewer Kroll het festivalaanbod als ‘apocalyptisch’, terwijl ook zoekend naar authenticiteit. Daarop reageerden zijn studiogasten – kenmerkend voor het interview – uit één mond dat de tijden nu eenmaal rampzalig waren. ‘Wat is deze stemming?’ verwondert Kroll.

agnes varda

Agnès Varda. Still uit het interview.

Varda: ‘Het is de geur van een katastrofe.’

Sontag: ‘Zo is het echt. Er is alle bewijs voor…wat mensen over ecologie schrijven, of kijk naar de honderd jaar oorlog in Vietnam, de oorlog in Laos…’

Kroll: ‘Wat gaat er precies gebeuren?’

Varda: ‘Als kunstenaars voelen we de druk. Het gaat niet om lichtzinnig ermee om te gaan en te zeggen, kom, laten we een komedie over Hollywood maken.’

Sontag: ‘Vooral als je in contact komt met jonge mensen, voel je het nog meer.’

Kroll aan Varda: ‘Heb je enige hoop?’

Varda: ‘De drie acteurs in mijn film vechten hun weg.’

Veel boeiender dan het stekelige gesprek met de journalist Kroll is de opvallende waardering van Sontag en Varda voor elkaar, en voor elkaars verschillen. Keer op keer nemen ze het voor elkaar op tegen Kroll, die zowel de filmmakers als hun films steeds opnieuw probeert te categoriseren en te bepalen. Naarmate het interview vordert, genieten Varda en Sontag steeds duidelijker van hun spel met de journalist. Tot slot is het hij en niet de filmmakers die in de hoek gedreven wordt.

varda lion's love

Een still uit Lion’s Love

De jongeren in Lion’s Love, stelt Kroll, zijn mensen in de marge van de samenleving. Sontag ongemakkelijk op haar stoel draait en Varda geduldig antwoordt: ‘Misschien behoren ze niet tot de meerderheid, en misschien maakt dat juist het interessant om een film over hen te maken en proberen ze te laten zien in hun gewone alledaagse leven.’ Grotesk is de film wel, probeert Kroll nog een keer.

Varda: ‘Het is een racistische positie om ze grotesk te noemen.’

Kroll, bagatelliserend: ‘Wat voor een positie?’

Varda: ‘Racistisch.’

Kroll: ‘Laten we het er even over hebben…zoals meeste critici van het establishment weten, mensen zoals Warhol en performers zoals Viva zijn een geleidelijke en verbijsterende verschijning, die begonnen is de mainstream te beïnvloeden. Dat we ze in je film terug zien, verontrust veel mensen…Waarom zouden we in ze geïnteresseerd moeten zijn?’

Susan Sontag. Still uit het interview.

Sontag: ‘Ik ben het helemaal niet met je eens, Jack, want een van de dingen die ik het meest in Agnes’ film waardeer is dat het een van de weinige films is die ik sinds lang heb gezien, waarin ik echte mensen herken…meeste mensen die je in films ziet hebben weinig met echte mensen te maken. In een gemiddelde Hollywood-film zie je geen echte mensen, of van de mainstream of van de marges. Wat je ziet zijn ideeën die mensen hebben over hoe mensen zouden moeten zijn of over de manier waarop mensen gerepresenteerd zouden moeten worden.’

Varda: ‘De manier waarop mensen in echt leven spreken kom je zelden in films tegen.’

Kroll, verzoenend: ‘Die barrières worden steeds meer afgebroken, vind je niet?’

Varda, zuinig: ‘Langzaam.’

Duet for Cannibals verscheen ook als filmscript.

Sontag: ‘Om een voorbeeld te geven: in films onderbreken mensen elkaar niet, ze spreken een zin uit, dan een volgende zin, terwijl ze in werkelijk leven elkaar de hele tijd in de spraak vallen.’

Volgens Sontag kun je haar Duet for Cannibals zien als een film over rollenspel, terwijl Lion’s Love degelig wel over echte mensen gaat.

Varda vult haar aan: ‘In feite zijn de drie jonge mensen die zo fancy en gedurfd eruit zien heel stille mensen, als je moeite doet om ze te begrijpen. Ze zijn helemaal niet zo freaky als ze eruit zien…Vanwege de tv kan niemand meer aan de wereld ontsnappen zoals nog twintig jaar geleden…Mijn interesse gaat uit naar de samenkomst van de twee werelden, de politieke wereld en het privéleven.

Sontag: ‘Toen ik voor het eerst mensen zag zoals Viva en de twee jongens, zag ik ze niet als mensen. Ik keek naar ze als beelden, en hield de duidelijkheid van het beeld en een soort warmte erachter. Toen ik Agnes’s film zag, hield ik van ze als mensen.’



Reacties zijn gesloten.