Vertaler Hiroaki Sato over de wegen van de haiku

“Slak, maakt het ochtendgloren je blij?”

(Asayake ga yorokobashii ka katatsuburi, in het Engels door Hiroaki Sato: “Snail, are you delighted with the morning glow”)

Het gedicht is van Kobayashi Issa, een dichter en tijdgenoot van Hokusai, schreef niet minder dan 24.000 haiku’s, of hokku’s zoals de populaire versvorm toen heette. In Issa’s tijd – hij leefde van 1763 tot 1823 – had de haiku al een hele evolutie doorgemaakt. Haiku-vertaler Hiroaki Sato legt in zijn essaybundel On Haiku zorgvuldig de ontwikkeling uit. Hokku was oorspronkelijk een openingsgedicht, als onderdeel van een groter geheel, renga, of ‘ketengedicht’.

In de Edo-periode was renga als poëzie van het hof van onderworpen aan strakke regels zowel in de onderwerpkeuze als in de vorm. Zo moest er altijd een seizoen in voorkomen, kigo, een woord dat met een bepaald jaartijd te maken had, of kidai, een seizoensgebonden onderwerp. De meest gebruikte vorm was tanka, met als lettergreepstructuur 5-7-5-7-7, niet hokku/haiku, waarin de lettergrepen 5-7-5 zijn . Overigens schreven – en schrijven – Japanse dichters hun haiku’s en tanka’s als één regel, niet over meerdere regels, zoals gebruikelijk is in westerse gedichten – en zoals sommige vertalers ook haiku en tanka vertalen. Nog een ander onmisbaar onderdeel was aisatsu, de begroeting. Soto:

“The requirement that the hokku describe ‘this season, this session’ also meant that it had to be complimentary or positively commemorative of the occasion. This explains why with most classical hokku you have the feeling, which is correct, that the verse was composed in praise of something.”

Matsuo Basho

De vertaler voegt hieraan nog toe dat de traditie van gedichten om een bepaalde situatie in een positief daglicht te brengen, nog steeds voortleeft. Om de lofzang uit het gedicht te kunnen halen is kennis van de Japanse cultuur en symboliek nodig. Soto legt de complexiteit uit met het bekendste voorbeeld, Matsuo Basho’s gedicht over een vijver en een kikker, dat, nader beschouwt, een weergave is van een gastheer-gast-relatie:

“Een oude vijver: een kikker springt in het water het geluid”
(Furuike ya kawazu tobikomu mizu no oto, “An old pond: a frog jumps in the water the sound”)

Daarmee doet Basho opzettelijk geringschattend over wat hij als gastheer te bieden heeft, waarop een van de gasten zich haast hem te verzekeren dat zij zich op een geweldige plek bevinden.

Basho, die honderd jaar voor Issa leefde, werd een belangrijke poëzievernieuwer. Uit zijn pen ontstond een nieuwe genre, haikai, die, anders dan de renga, over dagelijkse dingen kon gaan. Het verschil was vaak heel subtiel, legt Sato uit. Als er woorden als ‘soep’ (shiru) of ‘vissalade’ (namasu) in het gedicht voorkwamen, was het beslist een haikai, geen renga.

“As Basho himself explained, harusame no yanagi, ‘willow in spring rain,’ represented the world of court poetry, but tanishi toru karasu, ‘a crow picking pond snails,’ was haikai, according to Basho’s disciple Hattori Toho in his haikai treatise Three Booklets (Sanzoshi). You might have an inkling of this notion by imagining someone using a four-letter word in an elegant soirée – it would be out of place, jarring, and therefore, humorous.”

Kobayashi Issa

Het grappige, geinige en extreme was uitgesloten in renga, maar welkom in haikai. Kobayoshi Issa, schrijft Soto, was een dichter van uitersten. Daarom wordt zijn poëzie vaak vergeleken met Hokusai’s manier van het perspectief tot het extreme te benutten; denk maar aan de overbekende houtsnede van golven. Gezegd wordt dat Hokusai het perspectief leerde van schilderijen die Nederlandse handelaars naar Japan brachten, maar de speelse aanpak was zijn eigen.

“Een enkele mug doet de wind rijzen naast mijn oor”
(Tada hitotsu minmi giwa ni ka no hakaze kana, of in Soto’s Engelse vertaling: “A single mosquito stirs up a wind near my ear”)

heet het in Issa’s gedicht over zijn bezoek aan Gyotoku, een baai waar zout gewonnen werd, nabij de hoofdstad Edo (Tokyo). Net als Basho en vele andere dichters, versloeg Issa zijn reizen. Seigoku kiko (vertaald in het Engels als Travelogue of Western Provinces) vertelt over zijn voettochten van het westelijke eiland Shikoku door Okayama en de zuidwestkust naar Sakai nabij Osaka. Het is een reis vol fazanten en zwaluwen, maar ook muggen – en slakken in de vroege ochtend.

 

Noot: de Nederlandse vertalingen van de gedichten zijn provisorisch gebaseerd op Soto’s Engelse vertalingen.



Reacties zijn gesloten.